Over de documenten

Voor elke richting is er een specifieke handleiding te vinden op de website.

Bij de stagebegeleiding gaat Uni-form uit van procesbegeleiding. De stagebegeleider (van de school) is de “coach” van de leerling op stage.

  • Hij/zij volgt het proces door mee te werken, opdrachten na te lezen, reflectiemomenten met de stagiaire vast te leggen, informatie terug te koppelen naar de mentor, ….
  • Hij/zij plant evaluatiemomenten in: tussentijds en op het einde van de stage.
  • De stagebegeleider is verantwoordelijk voor de (eind)beoordeling.

Gebruik van de documenten

Uni-form streeft ernaar om de begeleiding vanuit een bepaalde visie uit te voeren. We beschrijven hierbij de ideale situatie, die mogelijk niet altijd volledig haalbaar is.

  1. De voorbereiding vertrekt bij de stagiair(e).
    De stagiair(e) vult het document in. De focus ligt op het gedrag dat de stagiair(e) stelt. Hij/zij onderlijnt het gedrag dat voor haar of hem van toepassing is en kan hierbij, indien nodig, voorbeelden aanhalen. Hij/zij leert zo een beeld te krijgen van zijn eigen functioneren. Uiteraard dient de stagebegeleider doorheen de 3de graad dit proces te begeleiden. Het bereidt hem/haar eveneens voor op het werkveld, waarin reflectie en functioneringsgesprekken onderdeel zijn van de toekomstige job.

    Het gebruik van een verschillende kleur voor de tussentijdse – en de eindevaluatie geven op één document duidelijk de evolutie weer.

    Bij de tussentijdse evaluatie worden door de stagiair(e) de eigen sterke punten opgenoemd. Tevens geeft hij/zij de werkpunten aan en doet voorstellen om deze aan te pakken.

  2. De mentor bereidt in overleg met het team de evaluatie voor. Afhankelijk van de stageplaats gebeurt dit op de printversie of rechtstreeks op de PC.
    De focus ligt op het gedrag van de stagiair(e). Indien nodig, geeft de mentor concrete voorbeelden. Het is belangrijk dat de mentor het proces dat de stagiair doormaakt, kent.

    Documenten ter ondersteuning van het evaluatiegesprek:

    • het feedbackblad, dat liefst dagelijks wordt ingevuld, hetzij door de mentor, hetzij door de leerling, bij voorkeur door beiden
    • de activiteitenlijst; deze geeft aan welke activiteiten de leerling op de betrokken stageplaats kan uitvoeren.
  3. De stagebegeleider coacht het gesprek. Hij vertrekt hierbij vanuit de evaluatie die de stagiair van zichzelf gemaakt heeft. Daar waar nodig stelt de stagebegeleider verdiepings- en concretiseringsvragen om het juiste gedrag duidelijk te maken. Hij kan hierbij steunen op het proces dat hij tot daar toe begeleidde. De bespreking leidt tot het door de drie partijen gezamenlijk benoemen van het gedrag dat de stagiair stelde.

    De stagebegeleider noteert de sterke punten en de werkpunten van de stagiair in samenspraak met de stagiair.

    Een uitspraak over de “score” (waarde, cijfer) is niet noodzakelijk maar kan wel richtinggevend zijn bij een tussentijdse evaluatie.

De eindevaluatie verloopt op dezelfde wijze. Een tussentijdse evaluatie die goed is doorgesproken kan de tijdsinvestering bij de eindevaluatie sterk inkorten.
De leerling formuleert de sterke punten en de werkpunten. De SB maakt een samenvatting per cluster, zoals bij de tussentijdse evaluatie.
De eindevaluatie leidt tot een “eindbeoordeling”. Hierbij wordt bij voorkeur het accent gelegd op een beoordeling (geslaagd/niet geslaagd). Indien de school echt kiest voor cijfers, adviseren we om te focussen op de competentieontwikkeling per cluster en dit waar mogelijk mee te nemen in de deliberatie.

Een evaluatiegesprek verloopt bij voorkeur met de 3 betrokken partijen, vertrekt vanuit de leerling en handelt over het proces dat de stagiair doormaakt. Het vormt conclusies die zinvol zijn voor het groeiproces voor de stagiair.